Conjugate "civiliseren" - Dutch conjugation

Infinitive: civiliseren (civiliseerde|geciviliseerd)

"civiliseren" conjugation

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik civiliseer
jij (je) civiliseert
hij/zij/het civiliseert
wij (we) civiliseren
jullie civiliseren
zij (ze) civiliseren

onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik civiliseerde
jij (je) civiliseerde
hij/zij/het civiliseerde
wij (we) civiliseerden
jullie civiliseerden
zij (ze) civiliseerden

voltooid verleden tijd (vvt)
ik had geciviliseerd
jij (je) had geciviliseerd
hij/zij/het had geciviliseerd
wij (we) hadden geciviliseerd
jullie hadden geciviliseerd
zij (ze) hadden geciviliseerd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal civiliseren
jij (je) zult civiliseren
hij/zij/het zal civiliseren
wij (we) zullen civiliseren
jullie zullen civiliseren
zij (ze) zullen civiliseren

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal geciviliseerd hebben
jij (je) zult geciviliseerd hebben
hij/zij/het zal geciviliseerd hebben
wij (we) zullen geciviliseerd hebben
jullie zullen geciviliseerd hebben
zij (ze) zullen geciviliseerd hebben

onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou civiliseren
jij (je) zou civiliseren
hij/zij/het zou civiliseren
wij (we) zouden civiliseren
jullie zouden civiliseren
zij (ze) zouden civiliseren

voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou geciviliseerd hebben
jij (je) zou geciviliseerd hebben
hij/zij/het zou geciviliseerd hebben
wij (we) zouden geciviliseerd hebben
jullie zouden geciviliseerd hebben
zij (ze) zouden geciviliseerd hebben

gebiedende wijs
jij (je) civiliseer
jullie civiliseer

onvoltooid deelwoord
civiliserend

voltooid deelwoord
geciviliseerd

Translations (English) for "civiliseren"

Sample sentences (Dutch) for "civiliseren"

Hun streven was eenvoudigweg de moderne wereld te civiliseren, de mondialisering te humaniseren.
En vooral wil ik jullie overtuigen dat dat beter moet als we verder willen gaan met het civiliseren van Amerika.
     civiliseren