Conjugate "meten" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"meten" conjugation

infinitief
dutch
  • meten
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • mat
voltooid deelwoord
dutch
  • gemeten

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
meet
jij/u (je)
meet
hij/zij/het
meet
wij (we)
meten
jullie
meten
zij (ze)
meten

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb gemeten
jij/u (je)
hebt gemeten
hij/zij/het
heeft gemeten
wij (we)
hebben gemeten
jullie
hebben gemeten
zij (ze)
hebben gemeten

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
mat
jij/u (je)
mat
hij/zij/het
mat
wij (we)
maten
jullie
maten
zij (ze)
maten

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had gemeten
jij/u (je)
had gemeten
hij/zij/het
had gemeten
wij (we)
hadden gemeten
jullie
hadden gemeten
zij (ze)
hadden gemeten

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal meten
jij/u (je)
zult meten
hij/zij/het
zal meten
wij (we)
zullen meten
jullie
zullen meten
zij (ze)
zullen meten

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal gemeten hebben
jij/u (je)
zult gemeten hebben
hij/zij/het
zal gemeten hebben
wij (we)
zullen gemeten hebben
jullie
zullen gemeten hebben
zij (ze)
zullen gemeten hebben

Translations (English) for "meten"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.