Dutch-English translation for "aanvatten"
"aanvatten" English translation
aanvatten {verb}
aanvatten [vatte aan|aangevat] {vb} (also: afhalen, versnellen, optrekken, oprapen)
aanvatten [vatte aan|aangevat] {vb} (also: oprapen, nemen, vatten, pakken)
aanvatten [vatte aan|aangevat] {vb} (also: begrijpen, verstaan, buit maken, behalen)
aanvatten [vatte aan|aangevat] {vb} (also: erkennen, accepteren, aanvaarden, bezetten)
Gelet op het verloop van onze werkzaamheden zullen wij dat punt niet voor dat tijdstip kunnen aanvatten.
een volgende ontwikkelingsfase aanvatten.
Usage examples
Usage examples for "aanvatten" in English
De Europese munt is voor mij een instrument en geen doel, het is een van de wapens waarmee wij de strijd om meer werkgelegenheid kunnen aanvatten.
De Commissie heeft zich bereid verklaard spoedig een conferentie van donorlanden bijeen te roepen om de wederopbouw zo snel mogelijk te kunnen aanvatten.
Er is bepaald dat nieuwe leden van de Commissie zich dienen te melden voor een hoorzitting ten overstaan van het Parlement alvorens zij hun werkzaamheden aanvatten.
Similar words
aanvalligheid · aanvalsoorlog · aanvalsplan · aanvalsspits · aanvang · aanvangen · aanvangs- · aanvangssnelheid · aanvankelijk · aanvaring · aanvatten · aanvechtbaar · aanvechten · aanvechting · aanvegen · aanverwant · aanverwante · aanvinken · aanvliegen · aanvliegroute · aanvoelen
Moreover bab.la provides the Spanish-English dictionary for more translations.