Dutch-English translation for "afhaken"
"afhaken" English translation
afhaken {verb}
afhaken [haakte af|afgehaakt] {v.t.} (also: ontkoppelen, afkoppelen)
afhaken [haakte af|afgehaakt] {v.t.} (also: loshaken)
Usage examples
Usage examples for "afhaken" in English
De EU-steun heeft helpen voorkomen dat Palestijnse instellingen volledig lam zijn gelegd en dat daardoor een van de gesprekspartners in het vredesproces heeft moeten afhaken.
Het is gewoonweg een feit dat bij de oprichting van bedrijven te weinig startkapitaal voorhanden is en daardoor veel jonge ondernemers voortijdig moeten afhaken.
Similar words
afgooien · afgraven · afgrazen · afgrendelen · afgrijselijk · afgrijzen · afgrond · afgunst · afgunstig · afhaalrestaurant · afhaken · afhakken · afhalen · afhandelen · afhandeling · afhangen · afhankelijk · afhankelijkheid · afhellen · afhelpen · afhouden
More translations in the English-Swahili dictionary.