Dutch-English translation for "afkeer"
"afkeer" English translation
afkeer {noun}
afkeer {de} (also: gruwel, gruweldaad, verschrikking, afschrik)
Wat beide mensen dreef was hun ervaring en hun afkeer van oorlog.
Dat is dus het typische voorbeeld dat alleen maar bijdraagt tot nog meer afkeer van de burger van dat Brussel, waar van alles en nog wat...
Ergens een afkeer van hebben is één ding, er iets tegen doen is een tweede.
Mevrouw Villiers heeft ongetwijfeld een even grote afkeer van fraude als de Commissie.
En dit leidt tot onze tweede neiging, die economen 'afkeer van verlies' noemen.
We zien dat er met name een afkeer van de Slavische talen en culturen bestaat.
En tot slot hadden we het over afkeer van verlies, en apen en appels.
Maar aan de andere kant hoor ik mensen praten over angst, een afkeer van het nemen van risico's.
Hij leek een gematigd bestuurder te zijn geworden, alleen radicaal in zijn afkeer van homoseksualiteit.
Neem een mooie chocoladecake: de eerste portie is verrukkelijk, de tweede minder en daarna krijgen we er afkeer van.
Met het oog op de presidentsverkiezing is het van groot belang dat we nu in het Parlement onze afkeer uitspreken.
Tenzij de houding drastisch verandert, zullen dergelijke uitingen van afkeer tegen het proces blijven voorkomen.
Wat in dit verslag onthuld wordt over de voorwaarden van hetgeen ronduit plundering moet worden genoemd, roept alleen maar afkeer op.
Usage examples
Usage examples for "afkeer" in English
Similar words
afhouden · afhouwen · afhuren · afjakkeren · afkalven · afkammen · afkanten · afkappen · afkapping · afkappingsteken · afkeer · afkeren · afkerig · afketsen · afkeuren · afkeurenswaardig · afkeuring · afkicken · afkijken · afkluiven · afknippen
Search for more words in the English-Polish dictionary.