Summary
bedekken {verb}
to lay · to hood · to cover · to coat · to mantle · to overspread
Dutch-English translation for "bedekken"
"bedekken" English translation
bedekken {verb}
bedekken [bedekte|bedekt] {vb} (also: vlijen, neerleggen, leggen, bekleden)
bedekken [bedekte|bedekt] {vb}
bedekken [bedekte|bedekt] {vb} (also: afleggen, gaan door, overtrekken, dekken)
Bovengenoemde zaken mogen we niet langer met de mantel der liefde bedekken.
Kort genoeg om de interesse te wekken, maar lang genoeg om het onderwerp te bedekken.
Met de mantel der liefde bedekken of zelfs onder het tapijt vegen is geen oplossing.
Als ik naar mijn kantoor wil moet ik rennen en mijn gezicht met papieren zakdoekjes bedekken.
Droge gebieden bedekken meer dan een derde van de landoppervlakte van de aarde.
bedekken [bedekte|bedekt] {vb} (also: bekleden, van een laagje voorzien)
We bedekken de binnenkant met blaasvoering-cellen.
We bedekken de buitenkant met spiercellen.
We nemen spiercellen, we plakken, of bedekken de buitenkant met spiercellen, alsof je een bladertaart bakt, bijvoorbeeld.
bedekken [bedekte|bedekt] {vb} (also: een laag vormen, bedekt worden, doen kleuren)
bedekken [bedekte|bedekt] {vb} (also: overspreiden)
Usage examples
Usage examples for "bedekken" in English
Similar words
bedbank · beddegoed · bedden · beddenlaken · beddesprei · bedding · bede · bedeesd · bedeesdheid · bedehuis · bedekken · bedekking · bedekt · bedektzadigen · bedelaar · bedelaarster · bedelarij · bedelen · bedelmonnik · bedelorde · bedelven
More in the English-Russian dictionary.