Dutch-English translation for "beurs"
"beurs" English translation
beurs {noun}
Een objectieve beoordelaar zou toegeven dat de EU door de euro te creëren getracht heeft om u201Cvan een varkensoor een fluwelen beurs te...
Leidt dat uiteindelijk niet tot een zekere desinteresse bij het brede publiek en de geldschieters om naar de beurs te grijpen?
beurs {de} [fin.] (also: beursgebouw, beurshandel, effectenbeurs)
Momenteel worden onderhandelingen gevoerd om een echt Europese beurs op te richten.
Op de beurs zijn biotechnologische ondernemingen de grote flops.
Er moet een Europese wet komen die het verbiedt mensen te ontslaan om op de beurs beter te presteren.
Pensioenfondsen noch de beurs kunnen dat ooit garanderen.
Om die reden willen zij in geen geval hun pensioen op de beurs inzetten.
beurs {adjective}
Usage examples
Usage examples for "beurs" in English
Similar words
beugel · beuk · beuken · beukenhaag · beukenhout · beuker · beuktarwe · beul · beunhazen · beuren · beurs · beursgang · beursgebouw · beursgemiddelde · beursgenoteerde · beurshandel · beursindex · beursintroductie · beurskoers · beursnotering · beursstudent
More in the English-Hungarian dictionary.