Dutch-English translation for "bijnaam"
"bijnaam" English translation
bijnaam {noun}
Misschien heeft men u genoemd onder een schuilnaam of een bijnaam die ik niet ken.
Mijn neiging om anderen te knuffelen heeft me de bijnaam 'Dr.
een bijnaam geven
Wie vertelde je mijn bijnaam?
-- Mijnheer de Voorzitter, het tsaristische Rusland had als bijnaam de gevangenis der volkeren, en de Sovjet-Unie werd de goelag der
Usage examples
Usage examples for "bijnaam" in English
Het doet me genoegen het woord te geven aan een collega die de bijnaam " groot opperhoofd van Rangatira " kreeg toen hij onze delegatie in Nieuw-Zeeland leidde.
Waarmee zij afbreuk doen aan de bijnaam " Mr. Friday " die ik van de heer Kellet-Bowman gekregen heb en die verwijst naar de inboorling welke Robinson Crusoe op het eiland gezelschap hield.
Similar words
bijkomend · bijkomende · bijkomstig · bijkomstigheid · bijl · bijlage · bijlagen · bijlichten · bijmengen · bijna · bijnaam · bijnier · bijpassend · bijpraten · bijproduct · bijregeling · bijscholen · bijscholing · bijschuiven · bijslaap · bijsluiter
More in the German-English dictionary.