Dutch-English translation for "geneesheer"
"geneesheer" English translation
geneesheer {noun}
geneesheer {de} (also: dokter, arts, medicus)
Er is een oude spreuk die luidt " Medice curate ipsum " - geneesheer, genees uzelf.
Bijvoorbeeld de hier al eerder genoemde traditionele afhankelijkheid van geneesheer-directeuren en professoren.
geneesheer {de} (also: dokter, arts, dierenarts, doctor)
Betreft: Ontvoering van de geneesheer Ali Khanbiëv in Tsjetsjenië
Bijvoorbeeld de hier al eerder genoemde traditionele afhankelijkheid van geneesheer-directeuren en professoren.
Similar words
genadig · genadigheid · genaken · gênant · gendarme · gene · genealoge · genealogie · genealogisch · genealoog · geneesheer · geneeskunde · geneeskundig · geneesmiddel · genegen · genegenheid · geneigd · geneigdheid · genen · generaal · generale
Moreover bab.la provides the English-Russian dictionary for more translations.