ik maak me zorgen
ik maak mij zorgen
ik maakte
ik maakte me zorgen
ik mag
ik mag hopen
ik mag niet
ik mail
ik me
ik me voorstellen
ik meedoen
ik meen
ik meen dat
ik meen het
ik meen niet
ik meen te weten
ik meende
ik meer
ik meet
ik merk
ik merk dat
ik merk op
ik merkte
ik merkte dat
ik mezelf
ik mijn
ik mis
ik mis je
ik miste
ik mocht
ik moest
ik moet
ik moet bekennen
ik moet bij
ik moet constateren
ik moet doen
ik moet een
ik moet er
ik moet er niet aan denken
ik moet gaan
ik moet het
ik moet jullie
ik moet naar
ik moet nu
ik moet toegeven
ik moet vaststellen
ik moet weg
ik moet wel
ik moet wel zeggen
ik moet zeggen
ik nader
ik nam
ik nam het
ik natuurlijk ook
ik nee
ik neem
ik neem aan
ik neem aan dat
ik neem je
ik neem je mee
ik neem nota van
ik neig
ik niet
ik niet vergeten
ik niet zeggen
ik nodig
ik nodig hem uit
ik nodig u uit
ik noem
ik noem hier
ik nog
ik oefen
ik onderscheid
ik ondersteun
ik ondervond
ik onderzoek
ik ontbijt
ik ontdekte
ik ontdekte dat
ik onthoud
ik ontken
ik ontken niet
ik ontmoet
ik ontmoette
ik ontmoette hem
ik ontvang
ik ontving
ik ook al
ik ook graag
ik ook niet
ik ook van
ik ook van jou
ik op de
ik op mijn beurt
ik organiseer
ik overdrijf
ik overdrijf niet als
ik overkomen
ik overweeg
ik pak
ik pas
ik pers