Dutch-English translation for "maandelijks"
"maandelijks" English translation
maandelijks {adjective}
maandelijks {adj.} (also: maand-, maandelijkse)
De meeste mensen zouden maandelijks meer krijgen dan ze aan prijsverhogingen kwijt zijn.
Maandelijks doen we zo'n 1,4 miljard paginacontroles, dus het is echt wel iets groots geworden.
In ruil verschaffen ze gratis eten en onderdak en betalen ze de families soms een maandelijks leefloon.
Deze steunregelingen dienen bij de Commissie te worden aangemeld en moeten maandelijks door haar worden onderzocht.
maandelijks {adverb}
maandelijks {adv.}
Usage examples
Usage examples for "maandelijks" in English
Een fractie daarvan heeft de massa bereikt, zoals degene die ik net heb getoond. ~~~ Maar dagelijks, maandelijks, maken mensen er zo duizenden.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties sterven maandelijks ongeveer 10.000 mensen in de vluchtelingenkampen in Darfur, in West-Soedan.
Zoals de commissaris al zei, worden er maandelijks 50 000 eurobankbiljetten vervalst, terwijl er in totaal negen miljard euro aan echte bankbiljetten in omloop is.
Momenteel worden er in het Verenigd Koninkrijk maandelijks zo'n 7000 nieuwe asielaanvragen ingediend; na onderzoek blijkt meer dan 80% daarvan op onheuse gronden gebaseerd te zijn.
Het is namelijk bekend dat de prijzen van de levensmiddelen een groot deel uitmaken van de maandelijks terugkerende lasten van de Europese burgers, met name voor mensen met een laag inkomen.
Maandelijks gebruiken 1,5 miljoen Europese burgers cocaïne, 9,5 miljoen mensen gebruiken cannabis en 3 miljoen burgers gebruiken deze laatste drug op regelmatige basis, dat wil zeggen dagelijks.
Similar words
maaltand · maalteken · maaltijd · maan · maanbeving · maanbrief · maand · maandag · maandagavond · maandagochtend · maandelijks · maandelijkse · maanden · maansverduistering · maar · maart · Maarten · Maas · Maastricht · maat · maatbeker
Search for more words in the English-Norwegian dictionary.