Dutch-English translation for "ontstellen"

NL ontstellen English translation

ontstellen {v.t.}

NL ontstellen
volume_up
{verb}

ontstellen (also: verontrusten, benauwen, alarmeren, aanslaan)
ontstellen (also: ontzetten, verbijsteren, onthutsen, verbluffen)
ontstellen (also: ontzetten, verbijsteren, onthutsen, verbluffen)