Dutch-English translation for "opzeggen"
"opzeggen" English translation
opzeggen {verb}
Een heiden kwam naar hem toe en bood aan zich tot het jodendom te bekeren als de rabbi op een been staande de hele joodse leer kon opzeggen.
opzeggen {vb} (also: aanbrengen, verklikken, aanklagen, afkeuren)
opzeggen {vb} (also: voordragen, declameren)
Usage examples
Usage examples for "opzeggen" in English
Het sterkt mij in mijn overtuiging dat mijn land moet gaan inzien dat onze belangen het best worden gediend als we ons lidmaatschap van deze club opzeggen.
In geval van een substantiële tariefwijziging, moeten klanten een rekening kunnen opzeggen of van rekening kunnen veranderen zonder dat er kosten aan zijn verbonden.
Similar words
opwarmen · opwekken · opwekkend · opwellen · opwelling · opwerken · opwinden · opwindend · opwinding · opzadelen · opzeggen · opzegging · opzegtermijn · opzenden · opzet · opzettelijk · opzettelijke · opzetten · opzettend · opzich · opzicht
Search for more words in the English-Romanian dictionary.