Dutch-English translation for "Oven"
"Oven" English translation
Oven {noun}
oven {noun}
Wij voegen steeds weer andere ingrediënten toe aan de taart, maar de taart komt nooit uit de oven.
Hij denkt liever niet aan ellendige zaken als dierenmishandeling, wanneer hij zijn vlees in de oven doet.
John, ik heb een braadschotel in de oven, je zus staat... in de keuken, ik wil het niet over het tournee hebben.
En rond 8 uur glipt hij weg van zijn oven, wast de bloem van zijn handen en belt zijn vrouw.
We zetten het in het oven-achtige apparaat.
De gedachte daarachter is: gooi maar in de oven, dan zijn we ervan af; opgeruimd staat netjes.
♫ als een oven ♫
oven {noun}
Wij voegen steeds weer andere ingrediënten toe aan de taart, maar de taart komt nooit uit de oven.
Hij denkt liever niet aan ellendige zaken als dierenmishandeling, wanneer hij zijn vlees in de oven doet.
John, ik heb een braadschotel in de oven, je zus staat... in de keuken, ik wil het niet over het tournee hebben.
En rond 8 uur glipt hij weg van zijn oven, wast de bloem van zijn handen en belt zijn vrouw.
We zetten het in het oven-achtige apparaat.
Usage examples
Usage examples for "Oven" in English
Similar words
Oudnoords · oudoom · oudste · oudtante · outsourcen · ouverture · ouwehoeren · ouzo · ovaal · ovatie · oven · ovenschaal · over · overacteren · overal · overall · overbelasting · overbieden · overblijfsel · overblijven · overblijvend
More translations in the bab.la English-Swahili dictionary.