Dutch-English translation for "Ram"
"Ram" English translation
Ram {noun}
ram {noun}
Hij had ook helden, zoals Ram -- Raghupati Ram en Krishna, Govinda Hari.
De goden komen weer terug, en weer, en weer als Ram, als Krishna.
Aanleiding is de kwestie van de tempel van de God Ram.
Wanneer Krishna overlijdt, zal hij uiteindelijk terugkeren als Ram.
Kijk naar deze dame, Ram Timari Devi bij een graanton in Champaran, ook bij een Shodh Yatra.
ram {noun}
Hij had ook helden, zoals Ram -- Raghupati Ram en Krishna, Govinda Hari.
De goden komen weer terug, en weer, en weer als Ram, als Krishna.
Aanleiding is de kwestie van de tempel van de God Ram.
Wanneer Krishna overlijdt, zal hij uiteindelijk terugkeren als Ram.
Kijk naar deze dame, Ram Timari Devi bij een graanton in Champaran, ook bij een Shodh Yatra.
to ram {verb}
aanstampen {vb}
benadrukken [benadrukte|benadrukt] {vb}
Synonyms
Synonyms (English) for "ram":
Usage examples
Usage examples for "Ram" in English
Similar words
More in the French-English dictionary.