Summary
rekenen {noun}
arithmetic
rekenen {verb}
to require · to work out · to figure · to count · to calculate · to postulate · to demand · to reckon
Dutch-English translation for "rekenen"
"rekenen" English translation
rekenen {noun}
rekenen {het} [math.] (also: aritmetica, cijferen, cijferkunst, rekenkunde)
Is het totalitair om lezen, schrijven en rekenen te verlangen?
Het is een school waar je leert lezen -- een van mijn favorieten -- schrijven -- daar was ik slecht in -- rekenen.
De klassen zijn te groot, zodat de leerlingen die hulp nodig hebben bij het leren lezen, schrijven en rekenen niet de hulp kunnen krijgen
Onze kinderen leren namelijk wel - met wisselend resultaat - lezen, schrijven en rekenen, maar ze leren nooit hoe ze de overvloed aan
rekenen {verb}
rekenen {vb} (also: behoeven, hoeven, nodig hebben, vorderen)
Is het totalitair om lezen, schrijven en rekenen te verlangen?
rekenen op onze bijzondere aandacht.
Daar is wil voor nodig, en wij rekenen wat dat betreft op uw vastberadenheid.
Daarvoor kan de commissaris ook op onze steun rekenen.
Voor dat doel moet een premier op de veiligheidstroepen kunnen rekenen.
rekenen {vb} (also: uitwerken, uitrekenen, tellen, calculeren)
Dus ik voerde een heel eenvoudige analyse uit, en het vergt geen hogere wiskunde om uit te rekenen, dat als je 30 procent per jaar vangt...
Zij rekenen erop dat door de kracht van de euro, die geen zwakke vroeggeboorte is, meer wordt geïnvesteerd en dat nieuwe groei de
, omdat je daarmee kunt rekenen op applaus.
Ik reken op uw steun, en in ruil daarvoor kunt u rekenen op mijn vastberadenheid.
Wat dat betreft mag Bratislava dus op onze inzet en ondersteuning blijven rekenen.
Ik weet dat ik daarbij zal kunnen rekenen op de steun van het Europees Parlement.
Ik kan u verzekeren dat u op de solidariteit van ons Parlement kunt rekenen.
Ik kon ook rekenen op alle vertegenwoordigingen van de verschillende Europese landen.
rekenen {vb} (also: uitwerken, uitrekenen, tellen, calculeren)
Laat me je tonen dat je vraagstukken ook moeilijker uit te rekenen kan maken.
Het is geen probleem om 8 procent uit te rekenen in plaats van 10 procent.
. ~~~ Op een mooie dag besloot Alfred Kinsey de gemiddelde afstand uit te rekenen die een spermacel moet afleggen.
Het zal bijzonder moeilijk zijn om een en ander goed uit te rekenen en we hebben meer tijd nodig om hier nader naar te kijken.
Het is een hele klus de vetprocenten in melk en kaas uit te rekenen.
rekenen {vb} (also: vorderen, opeisen, vereisen, vergen)
De werknemers kunnen rekenen op onze solidariteit en we eisen in de eerste plaats dat deze plannen gestaakt worden.
Als u bij het volgende begrotingsoverleg meer personeel verlangt en uw begrotingsramingen wilt verdubbelen, kunt u op mijn steun rekenen
Hij kan er hoe dan ook op rekenen dat dit Parlement hem vanuit dit oogpunt met argusogen zal gadeslaan.
tegenstand van onze fractie rekenen.
de kandidaatlanden af te rekenen hebben.
Ze zijn een kwaad waar kmo's relatief veel mee af te rekenen hebben.
Als de Commissie er zo over denkt, dan kan zij rekenen op fel verzet van de kant van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees
In de Europese Unie zijn er nu al ongeveer 500.000 nieuwe arbeidsplaatsen en tot het jaar 2005 rekenen wij op nog eens 1, 5 miljoen
Wie in Turkije gearresteerd wordt kan er nog steeds op rekenen dat hij naar alle waarschijnlijkheid mishandeld wordt, vooral wanneer hij
Uit de lange rente blijkt ook dat de markten op een voortzetting van deze ontwikkeling rekenen.
Usage examples
Usage examples for "rekenen" in English
Similar words
reisgids · reiskostenvergoeding · reislustig · reisplan · reizen · reiziger · rek · rekbaar · rekel · rekenbord · rekenen · rekening · rekeningnummer · rekeninguittreksel · rekenkunde · rekenkunst · rekenmachine · rekenschap · rekensom · rekentafel · rekest
Have a look at the English-Spanish dictionary by bab.la.