Summary

rij {noun}
series · queue · turn · train · line · row · rank · file · column

rijden {verb}
to ride · to go · to drive · to travel · to cycle · to wheel

full details

Dutch-English translation for "rij"

 

"rij" English translation

Results: 1-35 of 152

rij {noun}

rij {de} (also: serie, reeks, set)

series {noun}

Mijnheer de Voorzitter, u ziet dat er een hele rij Luxemburgse collega's op de sprekerslijst staan.

Mr President, you will see that there are a whole series of Luxembourg Members on the list of speakers.

Voorzitter, de Top in Luxemburg heeft een eind gemaakt aan de schier onafzienbare rij van onverplichtende verklaringen over werkgelegenheid.

Mr President, the Luxembourg summit put an end to the virtually endless series of non-binding statements about employment.

Het voorgaande protocol, dat nu is verlengd, is het achtste op rij sinds de ondertekening van de visserijovereenkomst door de

The previous protocol, which has now been extended, is the eighth in the series since the two parties signed the fisheries agreement in

rij {de} (also: file, wachtrij, rijtje)

queue {noun}

Zoals was te verwachten, is er nu een hele rij verdere verzoeken om het woord te voeren.

As one might expect, we now have a queue of people wanting to speak.

Een van hen, de laatste in de rij, herkende me en vroeg me: " Waarom staat hier zo'n lange rij? "

One of them, the last in the line, recognised me and asked me: 'Why is this queue so long? '.

Maar op een vacature met nul salaris stonden mensen in de rij.

We put out a job description for a CFO at zero salary, and we had a queue of people.

Een rij van vijf kilometer en een wachttijd van drie dagen.

The queue is five kilometres long, and the lorries wait for three days.

Het is tegenwoordig usance om te doen alsof er een lange rij landen is die zich bij ons willen aansluiten.

It is fashionable at this time to pretend there is a long queue of countries wanting to join this place.

rij {de} (also: keer, zwaai, gelid, talent)

turn {noun}

op de rij af

in turn

Aangezien wij cijfers, onzekerheden, twijfels en voorwaarden op een rij zetten, moeten we ook spreken over de redenen, die nobel en

Since we have listed figures, doubts, uncertainties, and conditions, we should also mention motives, which could turn out to be noble and

rij {de} (also: spoortrein, trein, sleep, gevolg)

train {noun}

Hij speelde mee op een van onze trainingsdagen voor leraren en won vijf rondes van 'Laat me passen' op een rij en was erg trots op zichzelf.

He came out for one of our teacher-training days and won like five rounds of Match Me in a row and was very proud of himself.

rij {de} (also: vissnoer, hengelsnoer, trajekt, spoorlijn)

line {noun}

In een industriegebouw heb ik zelf resten van 500 mensen op een rij zien liggen.

I myself saw the remains of 500 people laid out in a line in industrial premises.

Buiten staat een rij vrouwen die al meerdere uren staan te wachten om behandeld te worden.

Outside, there is a line of women who have waited several hours to be treated.

De eerste gaat, en jij staat in de rij, dus je strompelt naar de deur.

The first guy goes, and you're just in line, and you just kind of lumber to the door.

Zij zullen de eerste in de rij zijn om af te stappen omdat hun prijzen hoog zijn.

They'll be the first in line to get off because their prices are high.

De Litouwers hebben de weg gewezen en de Letten zijn de volgende in de rij.

The Lithuanians have shown the way and the Latvians are next in line.

rij {de} (also: reeks, toerbeurt, beurt, file)

row {noun}

Laten we de rij voor u doen, te beginnen met u meneer: een, twee, drie, vier, vijf.

Let's do the row before you, starting with you sir: one, two, three, four, five.

En dan uiteindelijk .... ~~~ Daar was een man op de eerste rij die zo deed, "Mmm."

And then finally ... (Piano) There was a gentleman in the front row who went, "Mmm."

Ik krijg vijf cijfers: een, twee, drie, vier -- oh ik heb deze rij al gehad.

I'll get five digits: one, two, three, four -- oh, I did this row already.

In Polen werden onze pagina's drie keer op een rij "Covers van het jaar".

In Poland, our pages were named "Covers of the Year" three times in a row.

Ik ben blij om te kunnen constateren dat de voorste rij begrijpt waar ik het over heb.

I am glad to see that those in the front row understand what we are talking about here.

rij {de} (also: reeks, rang, status, stand)

rank {noun}

de rij(en) sluiten

to close (up) the rank(s)

Eerste rij, knielen in positie.

Front rank, kneel in position!

De dames en heren in de eerste rij hebben allemaal niets beters te doen dan de gelederen te sluiten!

All of you sitting down there can find nothing better to do than close ranks!

rij {de} (also: toerbeurt, beurt, file, eeks)

file {noun}

rij {de} (also: kolom, colonne, pilaar, steunpilaar)

column {noun}

rijden {verb}

rijden {vb} (also: varen, karren, gaan)

to ride {vb}

rijden {vb} (also: lopen, varen, karren, zich begeven)

to go {vb}

rijden {vb} (also: aandrijven, drijven, opjagen, voortdrijven)

to drive {vb}

rijden {vb} (also: zich voortplanten, reizen, bereizen, varen)

to travel {vb}

rijden {vb} (also: fietsen, wielrijden)

to cycle {vb}

rijden {vb} (also: rollen, zich omkeren, wentelen, draaien)

to wheel {vb}
 

Usage examples

Usage examples for "rij" in English

These sentences come from external sources and may not be accurate. bab.la is not responsible for their content. Read more here.

     in de rij

     in een rij

Ik rij, oké?

I'll drive.

Rij hem over.

Bike, bike!

Rij'm plat.

Run him over.

Rij gewoon door, man.

Just drive the car, man.

Rij me maar naar binnen.

Just wheel me in.

Rij naar die bouwplaats.

Head for the construction site.

Oké, ik rij wel met de politie mee.

That's okay, I'll catch a squad ride.

Je hebt ze niet alle vijf op een rij.

You must be out of your mind."

Nog heb ik een hele rij wat zij moeten doen.

I have a whole list of other things it must do.

Een klein kind op de achterste rij reageerde zo.

And they can send the poison into the system.

Similar words

riemschijf · riet · rietbos · rieten · rietje · rif · rifraf · Riga · Rigel · rigide · rij · rijbewijs · rijden · rijgdraad · rijgedrag · rijgen · rijgveter · rijk · rijkaard · rijkdom · rijke

More translations in the bab.la Spanish-English dictionary.