Dutch-English translation for "schipbreuk"
"schipbreuk" English translation
schipbreuk {noun}
schipbreuk {de}
Het is overduidelijk dat ook dit tot een wisse schipbreuk zal leiden.
Het is reeds de zevende keer dat Bretagne te maken krijgt met een olievlek sinds de schipbreuk van de Torry Canyon.
Nog maar kort geleden heeft voor de kust van Sicilië de schipbreuk van een andere boot 37 immigranten het leven gekost.
" Dat nooit meer! " was ook de leuze van de bevolking die getroffen werd door een olievlek na de schipbreuk van de Erika.
Wij mogen niet vergeten dat het de plaatselijke bevolking was die tijdens de schipbreuk van de Erika het schoonmaken van de kust en de
Usage examples
Usage examples for "schipbreuk" in English
Similar words
schillen · schim · schimmel · schimmelen · schimmelig · schimpdicht · schimpen · schimpscheut · schimpwoord · schip · schipbreuk · Schiphol · schipper · schisma · schitteren · schitterend · schittering · schizofrenie · schmink · schminken · schobbejak
More in the Norwegian-English dictionary.