Dutch-English translation for "sinaasappel"

NL sinaasappel English translation

NL sinaasappel
play_circle_outline
{de}

  1. general
  2. gastronomy

1. general

sinaasappel (also: oranje)
In New York, was een sinaasappel een kerstcadeau, omdat die helemaal uit Florida kwam.
In New York, an orange was a common Christmas present, because it came all the way from Florida.
Het is niet zo moeilijk, hier is de appel, hier is de sinaasappel, de aarde draait rond, dat soort zaken.
And now it's not that hard, you know, here's the apple, here's the orange, you know, the Earth goes around, that kind of stuff.
Maar eigenlijk is het omgekeerd, want met iedere tomaat, iedere sinaasappel die wij in het noorden eten en die uit het zuiden komt, ontnemen wij het zuiden eigenlijk zijn water.
In fact, just the opposite applies, as every tomato or orange from a southern country that we eat in the north actually means that we are taking water away from the south.

2. gastronomy

sinaasappel (also: appelsien)
play_circle_outline
orange {noun} [gastro.]
In New York, was een sinaasappel een kerstcadeau, omdat die helemaal uit Florida kwam.
In New York, an orange was a common Christmas present, because it came all the way from Florida.
Het is niet zo moeilijk, hier is de appel, hier is de sinaasappel, de aarde draait rond, dat soort zaken.
And now it's not that hard, you know, here's the apple, here's the orange, you know, the Earth goes around, that kind of stuff.
Maar eigenlijk is het omgekeerd, want met iedere tomaat, iedere sinaasappel die wij in het noorden eten en die uit het zuiden komt, ontnemen wij het zuiden eigenlijk zijn water.
In fact, just the opposite applies, as every tomato or orange from a southern country that we eat in the north actually means that we are taking water away from the south.