Dutch-English translation for "slinger"

 

"slinger" English translation

Results: 1-20 of 20

slinger {noun}

slinger {de} (also: draagband, zwaai)

sling {noun}

slinger {de} (also: krans, bloemenkrans, guirlande, slingerkrans)

wreath {noun}

slinger {de} (also: krans, bloemenkrans, guirlande, slingerkrans)

garland {noun}

slinger (natuurkunde) {de} [phys.]

pendulum {noun} [phys.]

Je gebruikt je ingebouwde dynamiek, de fysica van je lichaam, net als een slinger.

You're using your built-in dynamics, the physics of your body, just like a pendulum.

Dus de evolutie hiervan -- Ik neem aan dat dit niet je eerste slinger is.

So the evolution of this -- I gather this isn't your first pendulum.

Ik ram de deur achter me dicht en klim omhoog, voorbij een plek waar ik een slinger zie zwaaien.

I slam the door behind me, climb up, go past this place where I see a pendulum ticking.

Maar met de slinger kan ik deze onzichtbare krachten die de magneten in de lucht houden zichtbaar maken.

But with the pendulum, it allows me to manifest these invisible forces that are holding the magnets up.

slinger van Foucault

Foucault pendulum

slingeren {verb}

slingeren {vb} (also: ophangen, werpen, laten)

to sling {vb}

slingeren {vb} (also: pletwalsen, walsen, roffelen, rollen)

to roll {vb}

slingeren {vb} (also: kronkelen)

slingeren {vb} (also: swingen, zwaaien)

slingeren {vb} (also: toewuiven, wuiven, onduleren, gebaren)

to wave {vb}

slingeren {vb} (also: smijten, swingen, zwaaien)

to fling {vb}

slingeren {vb} (also: oscilleren, schommelen)

slingeren {vb} (also: kronkelen)

slingeren {vb} (also: bungelen, bengelen, zwirrelen, zwindelen)

to swing {vb}

slingeren {vb} (also: zwirrelen, zwindelen, zwiepen, zwieren)

to sway {vb}

slingeren {vb} (also: swingen, zwaaien)

slingeren {vb} (also: vertrekken, verdraaien, verwringen, de twist dansen)

to twist {vb}

slingeren {vb} (also: een knik maken)

to crank {vb}

slingeren {vb} (also: schokken, stampen)

to lurch {vb}

slingeren {vb} (also: gieren, niet op koers blijven)

to yaw {vb}

slingeren {vb} (also: doorzakken, van slingers voorzien)

to swag {vb}

Similar words

slijtage · slijten · slijterij · slik · slikken · slim · slimheid · slimme · slimmigheid · slimmigheidje · slinger · slingerde · slingerden · slingeren · slingerkrans · slingerplant · slinken · slinks · slip · slipgevaar · slipje

Search for more words in the English-Swedish dictionary.