Dutch-English translation for "spreiden"
"spreiden" English translation
spreiden {verb}
spreiden {vb} (also: uitvouwen, opzetten, ontvouwen, uitspreiden)
De gevolgen van milieudelicten spreiden zich over verscheidene landen uit.
spreiden
DH: Kun je je benen een klein beetje spreiden?
Door deze jaarverslagen beter te spreiden over het hele jaar willen we eigenlijk ook uw taak verlichten, zodat u ook uw eigen werk beter
spreiden {vb} (also: ontvouwen, uitspreiden)
Usage examples
Usage examples for "spreiden" in English
Similar words
spreadsheetprogramma · Spree · spreekbeurt · spreekgestoelte · spreektrant · spreekwijze · spreekwoord · spreekwoordelijk · spreeuw · sprei · spreiden · spreiding · spreken · spreker · sprenkelen · spreuk · Spreuken · spriet · sprietig · springbok · springen
Moreover bab.la provides the Chinese-English dictionary for more translations.