Dutch-English translation for "spreuk"
"spreuk" English translation
spreuk {noun}
Er is een oude spreuk die luidt " Medice curate ipsum " - geneesheer, genees uzelf.
Mijnheer de Voorzitter, in de beperking toont zich de meester: deze spreuk van Goethe heeft collega Colom i Naval duidelijk niet tot de
Laat mij een spreuk citeren uit ons taalgebied: " Zachte heelmeesters maken stinkende wonden ".
Het is eenvoudigweg een spreuk die deze mensen zeggen voor hun maaltijd om ze er aan te herinneren niet meer te eten als hun maag voor 20
We hebben ook allebei een juridische opleiding genoten, dus ook u zult zich de volgende spreuk herinneren: " uitgesteld recht is geen recht ".
Wij hebben een spreuk die luidt: men is nooit te oud om te leren.
Maar laten we ons troosten met een oude Europese spreuk: " Klinkende munte is overal verstaanbaar. "
Op de website van de Commissie waar Commissaris Figel ' een uitspraak doet, blijkt die spreuk ook bekend te zijn.
Soms is het beter te werk te gaan volgens de - ogenschijnlijk tegenstrijdige - spreuk van de oud-Grieken: " Haast je langzaam ", oftewel
Usage examples
Usage examples for "spreuk" in English
Voorzitter, ik wil niet de beroemde spreuk van de laatkomers en het verhaal herhalen, ik wil mijn collega's niet langer ophouden, en ik denk dat commissaris Fischler in gedachten bij ons is.
Een ding is namelijk duidelijk: de voorjaarstop zal een traditie worden, opdat de toekomstgerichte kennissamenleving geen mooie spreuk blijft, maar wij er ook in kunnen leven.
Similar words
spreekwijze · spreekwoord · spreekwoordelijk · spreeuw · sprei · spreiden · spreiding · spreken · spreker · sprenkelen · spreuk · Spreuken · spriet · sprietig · springbok · springen · springend · Springfield · springscherm · springveer · springzaad
More translations in the Korean-English dictionary.