Our partners

Dutch-English translation for "stijgen"

 

"stijgen" English translation

Results: 1-32 of 366

stijgen {verb}

stijgen {vb} (also: rijzen, verheffen, rooien, opstaan)

to lift {vb}

stijgen {vb} (also: wassen, rijzen, opstaan, opkomen)

to rise {vb}

stijgen {vb} (also: verhogen, groeien, toenemen, oplopen)

stijgen {vb} (also: verhogen, groeien, afstammen, het gevolg zijn van)

to accrue {vb}

stijgen {vb} (also: naderen, bespoedigen, versnellen, terugzetten)

stijgen {vb} (also: , groeien, gedijen, toenemen)

to grow {vb}

stijgen {vb} (also: wassen, oplopen, rijzen, opstaan)

to go up {vb}

stijgen {vb} (also: wassen, rijzen, opstaan, opkomen)

to get up {vb}

stijgen {vb} (also: wassen, rijzen, opstaan, ontstaan)

to arise {vb}

stijgen {vb} (also: wassen, oplopen, rijzen, opstaan)

to ascend {vb}

stijgen {vb} (also: groeien, toenemen, aangroeien, uitbouwen)

stijgen {vb} (also: rijzen, klimmen, naar boven gaan, bestijgen)

to climb {vb}
 

Usage examples

Similar translations for "stijgen" in English

En onze kijkcijfers stijgen.

And our ratings are climbing.

De vliegprijzen zullen stijgen.

Air fares would go up.

Het water blijft stijgen.

The water levels continue to rise.

Tegelijkertijd stijgen de energieprijzen.

At the same time, energy prices are rising.

De vraag zal slechts mondjesmaat stijgen.

There will only be a slight increase in demand.

Elke dag doet nieuwe vervuiling de rekening stijgen.

Every day, further pollution increases the toll.

Dit aantal zal voor 2011 stijgen tot een kleine 800.000.

This figure will increase to just over 800 000 by 2011.