Dutch-English translation for "telefoon"
"telefoon" English translation
telefoon {noun}
Met behulp van de allereerste telefoon was Watson in feite in gesprek met de hemel.
In de eerste plaats is telecommunicatie meer dan de goede oude telefoon.
Vandaag gebruiken ruim een miljard mensen de telefoon enige minuten per dag.
Het gaat er immers om wat er inhoudelijk gezegd zal worden, wanneer de telefoon overgaat.
Vergeten wij niet dat de telefoon ook een middel is om werk te zoeken?
Als ik er een hapje van zou nemen, zou je denken: "Hee, dat is geen telefoon.
Komt de persoon nog even snel als hij gewend was, naar de telefoon, als hij overgaat?
Zeer grote verschillen tussen de manieren waarop ik de telefoon beantwoordde.
Dit is precies hoe mijn oom een telefoon gebruikt die voor één mens is ontworpen.
(Gelach) Ik luisterde naar haar gesprek aan de telefoon, wat ze veel deed.
Usage examples
Usage examples for "telefoon" in English
Ik kreeg telefoon van schrijver Ted Williams. ~~~ Hij stelde mij een paar vragen over wat ik zag, omdat hij een artikel schrijft voor het magazine Audubon.
Similar words
telbaar · telbare · telecommunicatie · telefax · telefoneren · telefonie · telefonisch · telefonist · telefoniste · telefonisten · telefoon · telefooncel · telefoongesprek · telefoongids · telefoonhoorn · telefoonlijn · telefoonnummer · telefoontje · telegraaf · telegraferen · telegrafie
In the Romanian-English dictionary you will find more translations.