Dutch-English translation for "tuinieren"

 

"tuinieren" English translation

Results: 1-3 of 3

tuinieren {noun}

tuinieren {het}

gardening {noun}

Kwestie van tuinieren, zeggen de Amerikanen, die een andere geschiedenis hebben.

Gardening issues, the Americans say, but theirs has been a different history.

Eén of andere 70-jarige die zijn nieuwe heup wilde om opnieuw te gaan golfen, of tuinieren.

Some 70-year-old who wanted his new hip so he could be back golfing, or gardening.

In een profiel in de van deze week stond dat hij zijn eigen huis gebouwd heeft en dat hij dol is op tuinieren.

His profile in the this week said that he had built his own house and loves gardening.

Tuinieren, dat doen gepensioneerden.

Gardening is what retired people do.

tuinieren {verb}

tuinieren {v.i.}

to garden {vb}

Kwestie van tuinieren, zeggen de Amerikanen, die een andere geschiedenis hebben.

Gardening issues, the Americans say, but theirs has been a different history.

Eén of andere 70-jarige die zijn nieuwe heup wilde om opnieuw te gaan golfen, of tuinieren.

Some 70-year-old who wanted his new hip so he could be back golfing, or gardening.

In een profiel in de van deze week stond dat hij zijn eigen huis gebouwd heeft en dat hij dol is op tuinieren.

His profile in the this week said that he had built his own house and loves gardening.

Tuinieren, dat doen gepensioneerden.

Gardening is what retired people do.
 

Usage examples

Usage examples for "tuinieren" in English

These sentences come from external sources and may not be accurate. bab.la is not responsible for their content. Read more here.

We tuinieren.

So what do we do?

Similar words

tuimelschakelaar · tuin · tuinafval · tuinbed · tuinboon · tuinbouw · tuinbroek · tuinhuis · tuinhuisje · tuinier · tuinieren · tuinkers · tuinman · tuipelijk · tuit · tuiten · tulp · tulpen · tumor · tumult · tumulus

More translations in the bab.la English-Italian dictionary.