Dutch-English translation for "uitrusting"
"uitrusting" English translation
uitrusting {noun}
uitrusting {de} (also: toerusting, hardware, apparatuur, accommodatie)
De uitrusting ging deels mee naar boven op de boomtoppen, om het te redden.
Met deze militaire uitrusting moeten zogenaamd de cocaplantages vernietigd worden.
Wij zitten al in de tweede en derde generatie uitrusting voor de digitale televisie.
(Muziek) Ik heb een enorme high tech-uitrusting van handschoenen, scharen en een emmer.
Het is noodzakelijk eisen te stellen aan de uitrusting van vrachtwagens.
uitrusting {de} (also: accommodatie, inrichting, uitrustingsstuk)
uitrusting {de} (also: accommodatie, inrichting, uitrustingsstuk)
Usage examples
Usage examples for "uitrusting" in English
Similar words
uitrekenen · uitrekken · uitrichten · uitroeien · uitroep · uitroepen · uitroepteken · uitroken · uitrollen · uitrusten · uitrusting · uitrustingsstuk · uitschakelen · uitscheiden · uitschelden · uitschenken · uitschieten · uitschilderen · uitschot · uitschrappen · uitschrijven
Even more translations in the English-Polish dictionary by bab.la.