Summary
vergaderen {verb}
to take along · to gather · to meet · to assemble · to congregate
Dutch-English translation for "vergaderen"
"vergaderen" English translation
vergaderen {verb}
vergaderen {vb} (also: afhalen, bijeenbrengen, meebrengen, meenemen)
vergaderen {vb} (also: abstraheren, afleiden, deduceren, besluiten)
Telkens wanneer we nu vergaderen met de collega's, houden we een stoel vrij voor haar geest.
vergaderen {vb} (also: afhalen, treffen, afspreken, bijeenkomen)
Het lijkt me fout om alleen maar in Brussel of hier in Straatsburg te vergaderen.
Een ander idee is om de Europese Raad hier te laten vergaderen in plaats van in Brussel.
De ministers van de lidstaten die de euro als munt hebben vergaderen in informeel verband.
Een regering die niet kan vergaderen, kan ook niet echt functioneren.
Ik heb begrepen dat aanstaande maandag in ieder geval de Raad van Ministers zal vergaderen.
vergaderen {vb} (also: monteren, assembleren, bijeenkomen, samenkomen)
vergaderen {v.i.} (also: samenkomen, bijeenkomen)
Usage examples
Usage examples for "vergaderen" in English
Similar words
verfransen · verfrissen · verfrissend · verfrissing · verfrommelen · verfspuit · verfstof · vergaan · vergaand · vergaarbak · vergaderen · vergadering · vergaderzaal · vergallen · vergankelijk · vergaren · vergassen · vergasser · vergasten · vergeefs · vergeet-mij-niet
In the Danish-English dictionary you will find more translations.