Summary
voer {noun}
nourishment · food · feed
varen {noun}
fern · sailing
varen {verb}
to go · to ride · to travel · to navigate
voeren {verb}
to line · to wear · to carry · to lead · to transport · to guide · to feed · to conduct · to waft · to wage
Dutch-English translation for "voer"
"voer" English translation
voer {noun}
voer {het} (also: kost, voeder, voeding, voedingsmiddel)
Dit is milieuvriendelijk, veilig voer van hoge kwaliteit.
Wat is dit, astronauten voer?
Als consumenten voedsel willen kopen dat afkomstig is van dieren die geen genetisch gemodificeerd voer hebben gegeten, dan kan dat in de
vervaardiging van voer voor huisdieren.
Meer dan 25 procent van het voer van legkippen is afkomstig van de eigen boerderij.
Bovendien is niet geheel duidelijk waar dit conventionele voer uit bestaat.
Hij zei: "Ja, veren, huid, gemalen botten, schaafsel, gedroogd en verwerkt tot voer."
Helaas moet dat voer voor een groot deel uit dierlijk eiwit bestaan.
U weet dat ik twee huiskatten heb, de een heet Lulù en de ander Frifri, die ik regelmatig voer.
varen {noun}
varen {verb}
varen {vb} (also: navigeren)
voeren {verb}
Usage examples
Usage examples for "voer" in English
Similar words
voegzaam · voelbaar · voelde · voelden · voelen · voeler · voelhoorn · voelhoren · voeling · voelspriet · voer · voeren · voering · Voerman · voertaal · voertuig · (voertuig)aandrijfsysteem · voertuigen · voet · voetbal · voetbalclub
Moreover bab.la provides the English-Swahili dictionary for more translations.