Dutch-English translation for "weerleggen"
"weerleggen" English translation
weerleggen {verb}
weerleggen {vb} (also: ontzenuwen)
Ik daag alle voorstanders van deze nieuwe functie uit om dat nu eens te weerleggen.
Het is dus van belang om rechtstreeks te noemen waarover het gaat en de vooroordelen die er zijn te weerleggen.
Ik wilde van de mij resterende tijd gebruik maken om bepaalde beweringen te weerleggen, die ik schadelijk vind.
weerleggen.
Maar het verhaal gaat en het is, denk ik, de moeite waard om het te kunnen weerleggen.
weerleggen {v.t.} (also: tegenwerpen, in tegenspraak zijn met, tegenspreken)
Ik daag iedereen uit mijn inschatting op dat punt te weerleggen.
Ik hoop dat de Griekse premier mijn woorden zo dadelijk zal weerleggen.
Dat weten we uit ervaring, en dat kan eigenlijk niemand weerleggen.
Usage examples
Usage examples for "weerleggen" in English
Similar words
weergave · weergegeven · weergeven · weerglans · weerhouden · weerkaatsen · weerkaatsingsvermogen · weerklank · weerklinken · weerkunde · weerleggen · weerlegging · weerlicht · weerloos · weermacht · weerom · weeromkomen · weerslag · weersomstandigheden · weerspiegelen · weerstaan
More translations in the Italian-English dictionary.