Conjugate "bekorten" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"bekorten" conjugation

infinitief
dutch
  • bekorten
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • bekortte
voltooid deelwoord
dutch
  • bekort

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
bekort
jij/u (je)
bekort
hij/zij/het
bekort
wij (we)
bekorten
jullie
bekorten
zij (ze)
bekorten

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb bekort
jij/u (je)
hebt bekort
hij/zij/het
heeft bekort
wij (we)
hebben bekort
jullie
hebben bekort
zij (ze)
hebben bekort

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
bekortte
jij/u (je)
bekortte
hij/zij/het
bekortte
wij (we)
bekortten
jullie
bekortten
zij (ze)
bekortten

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had bekort
jij/u (je)
had bekort
hij/zij/het
had bekort
wij (we)
hadden bekort
jullie
hadden bekort
zij (ze)
hadden bekort

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal bekorten
jij/u (je)
zult bekorten
hij/zij/het
zal bekorten
wij (we)
zullen bekorten
jullie
zullen bekorten
zij (ze)
zullen bekorten

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal bekort hebben
jij/u (je)
zult bekort hebben
hij/zij/het
zal bekort hebben
wij (we)
zullen bekort hebben
jullie
zullen bekort hebben
zij (ze)
zullen bekort hebben

Translations (English) for "bekorten"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.