Conjugate "bespoedigen" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"bespoedigen" conjugation

infinitief
dutch
  • bespoedigen
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • bespoedigde
voltooid deelwoord
dutch
  • bespoedigd

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
bespoedig
jij/u (je)
bespoedigt
hij/zij/het
bespoedigt
wij (we)
bespoedigen
jullie
bespoedigen
zij (ze)
bespoedigen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb bespoedigd
jij/u (je)
hebt bespoedigd
hij/zij/het
heeft bespoedigd
wij (we)
hebben bespoedigd
jullie
hebben bespoedigd
zij (ze)
hebben bespoedigd

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
bespoedigde
jij/u (je)
bespoedigde
hij/zij/het
bespoedigde
wij (we)
bespoedigden
jullie
bespoedigden
zij (ze)
bespoedigden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had bespoedigd
jij/u (je)
had bespoedigd
hij/zij/het
had bespoedigd
wij (we)
hadden bespoedigd
jullie
hadden bespoedigd
zij (ze)
hadden bespoedigd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal bespoedigen
jij/u (je)
zult bespoedigen
hij/zij/het
zal bespoedigen
wij (we)
zullen bespoedigen
jullie
zullen bespoedigen
zij (ze)
zullen bespoedigen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal bespoedigd hebben
jij/u (je)
zult bespoedigd hebben
hij/zij/het
zal bespoedigd hebben
wij (we)
zullen bespoedigd hebben
jullie
zullen bespoedigd hebben
zij (ze)
zullen bespoedigd hebben

Translations (English) for "bespoedigen"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.