Conjugate "bijschuiven" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"bijschuiven" conjugation

infinitief
dutch
  • bijschuiven
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • schoof bij
voltooid deelwoord
dutch
  • bijgeschoven

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
schuif bij
jij/u (je)
schuift bij
hij/zij/het
schuift bij
wij (we)
schuiven bij
jullie
schuiven bij
zij (ze)
schuiven bij

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb bijgeschoven
jij/u (je)
hebt bijgeschoven
hij/zij/het
heeft bijgeschoven
wij (we)
hebben bijgeschoven
jullie
hebben bijgeschoven
zij (ze)
hebben bijgeschoven

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
schoof bij
jij/u (je)
schoof bij
hij/zij/het
schoof bij
wij (we)
schoven bij
jullie
schoven bij
zij (ze)
schoven bij

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had bijgeschoven
jij/u (je)
had bijgeschoven
hij/zij/het
had bijgeschoven
wij (we)
hadden bijgeschoven
jullie
hadden bijgeschoven
zij (ze)
hadden bijgeschoven

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal bijschuiven
jij/u (je)
zult bijschuiven
hij/zij/het
zal bijschuiven
wij (we)
zullen bijschuiven
jullie
zullen bijschuiven
zij (ze)
zullen bijschuiven

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal bijgeschoven hebben
jij/u (je)
zult bijgeschoven hebben
hij/zij/het
zal bijgeschoven hebben
wij (we)
zullen bijgeschoven hebben
jullie
zullen bijgeschoven hebben
zij (ze)
zullen bijgeschoven hebben

Translations (English) for "bijschuiven"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.