Conjugate "inhalen" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"inhalen" conjugation

infinitief
dutch
  • inhalen
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • haalde in
voltooid deelwoord
dutch
  • ingehaald

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
haal in
jij/u (je)
haalt in
hij/zij/het
haalt in
wij (we)
halen in
jullie
halen in
zij (ze)
halen in

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb ingehaald
jij/u (je)
hebt ingehaald
hij/zij/het
heeft ingehaald
wij (we)
hebben ingehaald
jullie
hebben ingehaald
zij (ze)
hebben ingehaald

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
haalde in
jij/u (je)
haalde in
hij/zij/het
haalde in
wij (we)
haalden in
jullie
haalden in
zij (ze)
haalden in

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had ingehaald
jij/u (je)
had ingehaald
hij/zij/het
had ingehaald
wij (we)
hadden ingehaald
jullie
hadden ingehaald
zij (ze)
hadden ingehaald

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal inhalen
jij/u (je)
zult inhalen
hij/zij/het
zal inhalen
wij (we)
zullen inhalen
jullie
zullen inhalen
zij (ze)
zullen inhalen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal ingehaald hebben
jij/u (je)
zult ingehaald hebben
hij/zij/het
zal ingehaald hebben
wij (we)
zullen ingehaald hebben
jullie
zullen ingehaald hebben
zij (ze)
zullen ingehaald hebben

Find out the most frequently used verbs in Dutch.