Conjugate "inkopen" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"inkopen" conjugation

infinitief
dutch
  • inkopen
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • kocht in
voltooid deelwoord
dutch
  • ingekocht

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
koop in
jij/u (je)
koopt in
hij/zij/het
koopt in
wij (we)
kopen in
jullie
kopen in
zij (ze)
kopen in

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb ingekocht
jij/u (je)
hebt ingekocht
hij/zij/het
heeft ingekocht
wij (we)
hebben ingekocht
jullie
hebben ingekocht
zij (ze)
hebben ingekocht

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
kocht in
jij/u (je)
kocht in
hij/zij/het
kocht in
wij (we)
kochten in
jullie
kochten in
zij (ze)
kochten in

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had ingekocht
jij/u (je)
had ingekocht
hij/zij/het
had ingekocht
wij (we)
hadden ingekocht
jullie
hadden ingekocht
zij (ze)
hadden ingekocht

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal inkopen
jij/u (je)
zult inkopen
hij/zij/het
zal inkopen
wij (we)
zullen inkopen
jullie
zullen inkopen
zij (ze)
zullen inkopen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal ingekocht hebben
jij/u (je)
zult ingekocht hebben
hij/zij/het
zal ingekocht hebben
wij (we)
zullen ingekocht hebben
jullie
zullen ingekocht hebben
zij (ze)
zullen ingekocht hebben

Translations (English) for "inkopen"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.