Conjugate "overblijven" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"overblijven" conjugation

infinitief
dutch
  • overblijven
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • bleef over
voltooid deelwoord
dutch
  • overgebleven

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
blijf over
jij/u (je)
blijft over
hij/zij/het
blijft over
wij (we)
blijven over
jullie
blijven over
zij (ze)
blijven over

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
ben overgebleven
jij/u (je)
bent overgebleven
hij/zij/het
is overgebleven
wij (we)
zijn overgebleven
jullie
zijn overgebleven
zij (ze)
zijn overgebleven

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
bleef over
jij/u (je)
bleef over
hij/zij/het
bleef over
wij (we)
bleven over
jullie
bleven over
zij (ze)
bleven over

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
was overgebleven
jij/u (je)
was overgebleven
hij/zij/het
was overgebleven
wij (we)
waren overgebleven
jullie
waren overgebleven
zij (ze)
waren overgebleven

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal overblijven
jij/u (je)
zult overblijven
hij/zij/het
zal overblijven
wij (we)
zullen overblijven
jullie
zullen overblijven
zij (ze)
zullen overblijven

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal overgebleven zijn
jij/u (je)
zult overgebleven zijn
hij/zij/het
zal overgebleven zijn
wij (we)
zullen overgebleven zijn
jullie
zullen overgebleven zijn
zij (ze)
zullen overgebleven zijn

Translations (English) for "overblijven"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.