Conjugate "vereenvoudigen" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"vereenvoudigen" conjugation

infinitief
dutch
  • vereenvoudigen
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • vereenvoudigde
voltooid deelwoord
dutch
  • vereenvoudigd

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
vereenvoudig
jij/u (je)
vereenvoudigt
hij/zij/het
vereenvoudigt
wij (we)
vereenvoudigen
jullie
vereenvoudigen
zij (ze)
vereenvoudigen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb vereenvoudigd
jij/u (je)
hebt vereenvoudigd
hij/zij/het
heeft vereenvoudigd
wij (we)
hebben vereenvoudigd
jullie
hebben vereenvoudigd
zij (ze)
hebben vereenvoudigd

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
vereenvoudigde
jij/u (je)
vereenvoudigde
hij/zij/het
vereenvoudigde
wij (we)
vereenvoudigden
jullie
vereenvoudigden
zij (ze)
vereenvoudigden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had vereenvoudigd
jij/u (je)
had vereenvoudigd
hij/zij/het
had vereenvoudigd
wij (we)
hadden vereenvoudigd
jullie
hadden vereenvoudigd
zij (ze)
hadden vereenvoudigd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal vereenvoudigen
jij/u (je)
zult vereenvoudigen
hij/zij/het
zal vereenvoudigen
wij (we)
zullen vereenvoudigen
jullie
zullen vereenvoudigen
zij (ze)
zullen vereenvoudigen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal vereenvoudigd hebben
jij/u (je)
zult vereenvoudigd hebben
hij/zij/het
zal vereenvoudigd hebben
wij (we)
zullen vereenvoudigd hebben
jullie
zullen vereenvoudigd hebben
zij (ze)
zullen vereenvoudigd hebben

Translations (English) for "vereenvoudigen"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.