Conjugate "verhogen" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"verhogen" conjugation

infinitief
dutch
  • verhogen
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • verhoogde
voltooid deelwoord
dutch
  • verhoogd

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
verhoog
jij/u (je)
verhoogt
hij/zij/het
verhoogt
wij (we)
verhogen
jullie
verhogen
zij (ze)
verhogen

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb verhoogd
jij/u (je)
hebt verhoogd
hij/zij/het
heeft verhoogd
wij (we)
hebben verhoogd
jullie
hebben verhoogd
zij (ze)
hebben verhoogd

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
verhoogde
jij/u (je)
verhoogde
hij/zij/het
verhoogde
wij (we)
verhoogden
jullie
verhoogden
zij (ze)
verhoogden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had verhoogd
jij/u (je)
had verhoogd
hij/zij/het
had verhoogd
wij (we)
hadden verhoogd
jullie
hadden verhoogd
zij (ze)
hadden verhoogd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal verhogen
jij/u (je)
zult verhogen
hij/zij/het
zal verhogen
wij (we)
zullen verhogen
jullie
zullen verhogen
zij (ze)
zullen verhogen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal verhoogd hebben
jij/u (je)
zult verhoogd hebben
hij/zij/het
zal verhoogd hebben
wij (we)
zullen verhoogd hebben
jullie
zullen verhoogd hebben
zij (ze)
zullen verhoogd hebben

Translations (English) for "verhogen"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.