Conjugate "verwijden" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"verwijden" conjugation

infinitief
dutch
  • verwijden
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • verwijdde
voltooid deelwoord
dutch
  • verwijd

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
verwijd
jij/u (je)
verwijdt
hij/zij/het
verwijdt
wij (we)
verwijden
jullie
verwijden
zij (ze)
verwijden

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb verwijd
jij/u (je)
hebt verwijd
hij/zij/het
heeft verwijd
wij (we)
hebben verwijd
jullie
hebben verwijd
zij (ze)
hebben verwijd

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
verwijdde
jij/u (je)
verwijdde
hij/zij/het
verwijdde
wij (we)
verwijdden
jullie
verwijdden
zij (ze)
verwijdden

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had verwijd
jij/u (je)
had verwijd
hij/zij/het
had verwijd
wij (we)
hadden verwijd
jullie
hadden verwijd
zij (ze)
hadden verwijd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal verwijden
jij/u (je)
zult verwijden
hij/zij/het
zal verwijden
wij (we)
zullen verwijden
jullie
zullen verwijden
zij (ze)
zullen verwijden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal verwijd hebben
jij/u (je)
zult verwijd hebben
hij/zij/het
zal verwijd hebben
wij (we)
zullen verwijd hebben
jullie
zullen verwijd hebben
zij (ze)
zullen verwijd hebben

Translations (English) for "verwijden"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.