Conjugate "zwichten" - Dutch conjugation

Conjugation of have (Export PDF)

dutch"zwichten" conjugation

infinitief
dutch
  • zwichten
onvoltooid verleden tijd
dutch
  • zwichtte
voltooid deelwoord
dutch
  • gezwicht

Aantonende wijs

onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik
zwicht
jij/u (je)
zwicht
hij/zij/het
zwicht
wij (we)
zwichten
jullie
zwichten
zij (ze)
zwichten

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik
heb gezwicht
jij/u (je)
hebt gezwicht
hij/zij/het
heeft gezwicht
wij (we)
hebben gezwicht
jullie
hebben gezwicht
zij (ze)
hebben gezwicht

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik
zwichtte
jij/u (je)
zwichtte
hij/zij/het
zwichtte
wij (we)
zwichtten
jullie
zwichtten
zij (ze)
zwichtten

voltooid verleden tijd (vvt)

ik
had gezwicht
jij/u (je)
had gezwicht
hij/zij/het
had gezwicht
wij (we)
hadden gezwicht
jullie
hadden gezwicht
zij (ze)
hadden gezwicht

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik
zal zwichten
jij/u (je)
zult zwichten
hij/zij/het
zal zwichten
wij (we)
zullen zwichten
jullie
zullen zwichten
zij (ze)
zullen zwichten

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik
zal gezwicht hebben
jij/u (je)
zult gezwicht hebben
hij/zij/het
zal gezwicht hebben
wij (we)
zullen gezwicht hebben
jullie
zullen gezwicht hebben
zij (ze)
zullen gezwicht hebben

Translations (English) for "zwichten"

Find out the most frequently used verbs in Dutch.