"karren" English translation

NL

"karren" in English

NL karren
volume_up
{verb}

karren (also: zeulen)
In een supermarkt, waar schuif je aan, de rij met 1 kar en 19 items of de rij met vier karren en drie, vijf en twee items.
I put this problem on my blog recently: In a grocery store, which line do you get into, the one that has one cart and 19 items or the line with four carts and three, five, two and one items.
karren (also: zullen, lopen, verdwijnen, verlopen)
karren (also: gaan, rijden, varen)
karren (also: gaan, rijden, varen, reizen)