"sermon" translation into Dutch

EN

"sermon" in Dutch

EN

sermon {noun}

volume_up
What's the difference between a sermon and our modern, secular mode of delivery, the lecture?
Wat is het verschil tussen een preek en ons moderne, wereldse communicatiemiddel: de lezing?
Well a sermon wants to change your life and a lecture wants to give you a bit of information.
Nou, een preek wil je leven veranderen en een lezing wil je wat informatie verstrekken.
If you said to a modern liberal individualist, "Hey, how about a sermon?"
Als je tegen een moderne liberale individualist zegt: "Hee, wil je een preek?"

Context sentences for "sermon" in Dutch

These sentences come from external sources and may not be accurate. bab.la is not responsible for their content.

EnglishIf you said to a modern liberal individualist, "Hey, how about a sermon?"
Als je tegen een moderne liberale individualist zegt: "Hee, wil je een preek?"
EnglishWell a sermon wants to change your life and a lecture wants to give you a bit of information.
Nou, een preek wil je leven veranderen en een lezing wil je wat informatie verstrekken.
EnglishWhat's the difference between a sermon and our modern, secular mode of delivery, the lecture?
Wat is het verschil tussen een preek en ons moderne, wereldse communicatiemiddel: de lezing?
EnglishAnd, as many people do, he was dozing off during the sermon.
En zoals zoveel mensen dutte hij een beetje in tijdens de preek.
EnglishAnd I think we need to get back to that sermon tradition.
Ik vind dat we terug moeten naar de traditie van de preek.
EnglishThe preacher delivered an extra long sermon, so that they were still out of harm's way when the wave struck.
De predikant gaf een extra lange preek, zodat ze nog buiten gevaar waren toen de golven toesloegen.
EnglishAnd I recalled that when Catherine and I were married, the priest gave a very nice sermon, and he said something very important.
Ik herinnerde mij dat toen Catherine en ik trouwden, de priester een mooie preek gaf. ~~~ Hij zei iets heel belangrijks.
English. ~~~ Then one by one, they were told they had to go to another building and give their sermon.
De andere helft kreeg willekeurige Bijbelthema's Toen werden ze om beurten naar een ander gebouw gestuurd om hun preek te geven.
EnglishAt the next Friday sermon, the women who were sitting in the side room of the mosque began to share their distress at the state of affairs.
Bij de volgende vrijdagpreek begonnen de vrouwen die in de zijkamer van de moskee zaten, hun grieven te delen bij de stand van zaken.
EnglishI have a whole global governance sermon that I will spare you right now, because I don't think that's going to be enough anyway, although it's essential.
Ik heb een hele preek over mondiaal regeren die ik jullie nu zal besparen, want ik denk niet dat dat zal volstaan, hoe essentieel hij ook is.
EnglishA group of divinity students at the Princeton Theological Seminary were told that they were going to give a practice sermon and they were each given a sermon topic.
Een groep theologiestudenten van de Princeton Theological Seminary werd gezegd dat ze een oefenpreek moesten geven en ieder kreeg een onderwerp voor de preek.

Synonyms (English) for "sermon":

sermon