"snot" translation into Dutch

EN

"snot" in Dutch

NL
NL

"snot" in English

EN
EN

snot {noun}

volume_up
snot (also: bogey)
Broken, fallen over on this rock in the middle of March in 2000, typical Irish weather on a Wednesday -- gray, snot, tears everywhere, ridiculously self-pitying.
Kapot, eroverheen gevallen, op deze steen, half maart in 2000 -- typisch Iers weer op een woensdag -- grijs, snot, tranen overal -- met belachelijk zelfmedelijden.
NL

snot {het}

volume_up
Kapot, eroverheen gevallen, op deze steen, half maart in 2000 -- typisch Iers weer op een woensdag -- grijs, snot, tranen overal -- met belachelijk zelfmedelijden.
Broken, fallen over on this rock in the middle of March in 2000, typical Irish weather on a Wednesday -- gray, snot, tears everywhere, ridiculously self-pitying.
snot
volume_up
bogey {noun} [coll.]

Context sentences for "snot" in Dutch

These sentences come from external sources and may not be accurate. bab.la is not responsible for their content.

EnglishIt didn't matter what she was crying about, she could get on my knee, she could snot my sleeve up, just cry, cry it out.
Het maakte niet uit waar ze om huilde, ze kroop op schoot, snotterde mijn mouw vol, en huilde, huilde hartsgrondig.
EnglishNine months later, after that day on snot rock, I had the only blind date in my life with a seven and a half foot elephant called Kanchi.
Negen maanden na die dag op die rotrots, had ik de enige blind date in mijn leven met een bijna drie meter hoge olifant genaamd Kanchi.
EnglishBroken, fallen over on this rock in the middle of March in 2000, typical Irish weather on a Wednesday -- gray, snot, tears everywhere, ridiculously self-pitying.
Kapot, eroverheen gevallen, op deze steen, half maart in 2000 -- typisch Iers weer op een woensdag -- grijs, snot, tranen overal -- met belachelijk zelfmedelijden.

Synonyms (English) for "snot":

snot